ECLI:NL:RBMNE:2025:1626
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overname private schulden op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister om overname van vier private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees het verzoek deels af, waarna eiseres bezwaar maakte. Na een nieuw besluit waarbij één schuld alsnog werd overgenomen, bleef de minister bij afwijzing van de overige schulden. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de stukken, aangezien eiseres en de minister afzagen van een zitting.
De rechtbank oordeelde dat de minister in het besluit op bezwaar ook had moeten ingaan op de bezwaargronden tegen het nieuwe besluit, maar passeerde dit gebrek omdat eiseres daardoor geen rechtsbescherming misloopt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezeggingen waren die specifiek op eiseres van toepassing zijn. Het vereiste van een notariële akte voor schuldovername werd bevestigd, waarbij het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule niet slaagde vanwege het ontbreken van authentieke en ondubbelzinnige bewijsstukken.
Verder oordeelde de rechtbank dat de terugwerkende kracht van de Wht niet onredelijk is en dat de financiële problemen van eiseres door de toeslagenaffaire geen aanleiding geven tot toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar kende eiseres een vergoeding toe voor het griffierecht en proceskosten vanwege het niet ingaan op alle bezwaargronden door de minister.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft de private schulden zonder notariële akte niet over te nemen.