Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 1 november 2023 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, ondanks dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. De beslistermijn was inmiddels verstreken toen het beroep werd ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder, de Dienst Toeslagen, alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Daarbij geldt een bijzondere beslistermijn van twaalf weken na het verweerschrift voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging, waarvan ten minste zes weken na verzending van deze uitspraak. Vervolgens moet binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de termijn een besluit worden genomen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijnen. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €51 aan eiser te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers op 10 maart 2025 en in het openbaar uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.