ECLI:NL:RBMNE:2025:1764
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij ingetrokken beroep tegen UWV-besluit WIA-uitkering
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard en het primaire besluit gehandhaafd bleef. Dit besluit betrof de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 46,17%.
Naar aanleiding van het beroep heeft het UWV het besluit gewijzigd en verzoekster per datum van 10 september 2022 in aanmerking gebracht voor een hogere WGA-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Hierdoor heeft het UWV gedeeltelijk aan het beroep tegemoetgekomen.
Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond was en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten van € 1.814,- en tevens tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 51,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 51,- aan verzoekster.