Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Dienst Toeslagen, verweerder,
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Proceskosten en griffierecht
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op zijn aanvraag van 25 september 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 25 september 2024 schriftelijk in gebreke gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op de uitgangspunten van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij voor aanvragen op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) geen vooraankondiging verplicht is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens verplicht het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier L.E. Mollerus op 18 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet binnen zes weken een besluit nemen onder dreiging van een dwangsom.