Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag van 23 juni 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 8 juli 2024. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van maximaal zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke bepalingen van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Omdat de aanvraag om aanvullende compensatie niet onder de verplichting tot vooraankondiging valt, geldt een kortere beslistermijn dan bij reguliere compensatieaanvragen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €51. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 24 februari 2025.