Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 27 december 2023 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en een verweerschrift ingediend op 21 februari 2025. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank wijst op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dat de beslistermijn niet onnodig lang maar ook niet onrealistisch kort mag zijn. In dit geval geldt een bijzondere termijn van twaalf weken na het verweerschrift voor een schriftelijke vooraankondiging, waarvan ten minste zes weken na verzending van de uitspraak moeten liggen.
Omdat inmiddels meer dan zes weken zijn verstreken sinds het verweerschrift, stelt de rechtbank een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak voor de vooraankondiging. Vervolgens moet verweerder binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of na het verstrijken van de reactietermijn een besluit nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het niet naleven van deze termijnen en stelt de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het griffierecht (€53).