ECLI:NL:RBMNE:2025:1901
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid bij weigering WW-uitkering na ontbinding dienstverband
Eiseres werkte sinds juni 2019 bij een ex-werkgever en vertrok in augustus 2021 naar Marokko, waarna zij zich ziek meldde wegens corona. De werkgever probeerde contact te zoeken, maar zonder reactie van eiseres, wat leidde tot ontbinding van het dienstverband wegens verwijtbaar handelen. Eiseres vroeg een WW-uitkering aan, die het UWV aanvankelijk weigerde wegens niet voldoen aan de wekeneis. In het bestreden besluit wijzigde het UWV de grondslag naar verwijtbare werkloosheid en wees het bezwaar af.
De rechtbank beoordeelde of sprake is van verwijtbare werkloosheid, waarbij het UWV een eigen afweging moet maken en de persoonlijke omstandigheden moet betrekken. Eiseres stelde dat er geen dringende reden was en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar mentale en medische situatie. De rechtbank constateerde dat het UWV in het besluit onvoldoende motiveerde, maar dat dit in het verweerschrift was hersteld met een gedegen onderbouwing inclusief de persoonlijke omstandigheden van eiseres.
De rechtbank volgde het UWV en oordeelde dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid, waarbij eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door ziekte niet kon reageren. Ook het beroep op verminderde verwijtbaarheid faalde omdat dit niet was onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht en proceskosten werden aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid blijft in stand.