Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
[ex werkgever] B.V.uit [plaats 2] (ex-werkgever)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres werkte als projectmedewerker en meldde zich ziek na verlof in augustus 2021. Haar dienstverband werd ontbonden wegens gebrek aan contact. Zij vroeg een Ziektewet-uitkering aan, die het UWV per 13 januari 2022 weigerde toe te kennen wegens onvoldoende medische onderbouwing.
Tijdens bezwaarprocedures werden foutieve toekenningen van de ZW-uitkering door het UWV herroepen. Eiseres stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat het UWV geen informatie opvroeg bij een kliniek in Marokko, en dat zij mocht vertrouwen op de toekenning. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich terecht baseerde op het rapport van de bedrijfsarts en dat eiseres onvoldoende medische gegevens aanleverde om haar arbeidsongeschiktheid aan te tonen.
De rechtbank vond dat het UWV bevoegd was om de fout te herstellen en dat er geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het ingetrokken besluit was terecht. De beroepen van eiseres zijn ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres ongegrond en bevestigt de weigering en intrekking van de ZW-uitkering door het UWV.