Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar, maar het beroepschrift werd niet vergezeld van een geldige machtiging. De gemachtigde, mr. Bartels, werd herhaaldelijk verzocht om binnen vier weken een juiste machtiging te overleggen, maar de ingediende machtigingen waren niet toereikend of werden te laat ingediend.
De rechtbank constateerde dat de machtiging die op 27 januari 2025 werd ingediend buiten de gestelde termijn viel en bovendien niet bevoegd was om namens eiseres te machtigen. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen dat Bartels bevoegd was om het beroep in te stellen. Omdat voldoende gelegenheid was gegeven om het verzuim te herstellen, kwam de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade af, omdat niet kon worden vastgesteld dat eiseres daadwerkelijk een procedure wilde starten of schade had geleden. Ook werden geen proceskosten toegekend. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.