Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar. Dit beroep is ingediend door mr. D.A.N. Bartels, die veronderstellenderwijs namens eiseres handelt. Bij het beroepschrift ontbrak een machtiging die bevestigt dat Bartels bevoegd is om namens eiseres op te treden.
De rechtbank heeft Bartels tweemaal schriftelijk verzocht om binnen een gestelde termijn een toereikende machtiging te overleggen. Hoewel Bartels een machtiging heeft ingediend, betrof deze een ander persoon dan eiseres, waardoor de rechtbank niet kon vaststellen dat Bartels bevoegd was om het beroep in te stellen.
Tijdens de zitting heeft Bartels aangegeven dat de rechtbank bij onduidelijkheden contact met hem had moeten opnemen en verwees naar eerdere procedures. De rechtbank oordeelt echter dat voldoende gelegenheid is geboden om het verzuim te herstellen en dat het ontbreken van een juiste machtiging niet is opgelost.
Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Tevens wordt het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat eiseres schade heeft geleden. Het verzoek van de heffingsambtenaar om proceskostenveroordeling van de gemachtigde wordt eveneens afgewezen omdat alleen partijen zelf in proceskosten kunnen worden veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.