Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn bezwaren van 28 juni 2023 tegen de definitieve beschikkingen omtrent compensatie kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming opzet/grove schuld. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en heeft een verweerschrift ingediend op 29 januari 2025.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen gebruik wilden maken van het recht tot mondelinge behandeling. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder in gebreke is gebleven met het nemen van een besluit binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van veertig weken na ontvangst van het verweerschrift vast, conform eerdere uitspraken en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 5 november 2025 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser (€453,50) en het betaalde griffierecht (€53).