Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Dienst Toeslagen op haar aanvraag van 3 oktober 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Verweerder heeft erkend in gebreke te zijn gesteld op 24 oktober 2024 en heeft een verweerschrift ingediend op 23 januari 2025. Partijen wensten geen zitting.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over beslistermijnen en past deze aan op de aanvullende compensatieaanvraag, waarbij geen vooraankondiging vereist is.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval verweerder de termijn overschrijdt. De reeds toegekende dwangsom van € 1.442,- wordt niet betwist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres.