Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 6 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 21 juni 2024 reeds vastgesteld dat verweerder binnen een bepaalde termijn moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen, een termijn die aansluit bij de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures en eerdere jurisprudentie.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank wijst erop dat zij geen bevoegdheid heeft verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, aangezien dit een feitelijke handeling betreft.