Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 15 november 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft het verweerschrift ingediend op 21 oktober 2024. Partijen hebben afgezien van een zitting, waarna de rechtbank het onderzoek sloot.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden, aangezien verweerder op 30 augustus 2024 in gebreke is gesteld en het beroep op 11 oktober 2024 is ingediend, meer dan twee weken daarna. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen.
Gezien de complexiteit en de gemiddelde doorlooptijd van bezwaarprocedures, heeft de rechtbank in een eerdere uitspraak van 25 oktober 2024 een nadere beslistermijn van veertig weken na het indienen van het verweerschrift vastgesteld. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 28 juli 2025 een besluit moet nemen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot het betalen van een dwangsom van € 50,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 453,50) en het griffierecht (€ 51,-).