Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar van 7 augustus 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had bij uitspraak van 28 maart 2024 reeds geoordeeld dat verweerder uiterlijk 5 juni 2024 een besluit moest nemen. Verweerder heeft echter niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn in dit geval te kort is en dat een termijn van twintig weken na verzending van de uitspraak realistisch is, aansluitend bij de gemiddelde doorlooptijd van de bezwaarprocedure. Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het betaalde griffierecht (€51).