Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 27 november 2024;
- het bericht van de vader (met bijlagen) van 30 december 2024;
- het verweerschrift van de moeder (met bijlagen) met daarin een aantal tegenverzoeken, binnengekomen op 21 januari 2025;
- het bericht van de moeder (met bijlagen) van 13 maart 2025;
- het verweerschrift van de vader (met bijlagen) op de tegenverzoeken van de moeder, binnengekomen op 14 maart 2025;
- de alimentatieberekening van de moeder, ingediend op de zitting;
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [A] van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [plaats 3] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [plaats 3] .
3.De beoordeling
- het verzoek van de moeder over de verhuizing afwijzen;
- aan de moeder vervangende toestemming verlenen voor de training [.] voor de kinderen;
- aan de moeder vervangende toestemming verlenen om met de kinderen naar Parijs te reizen in de periode van 7 tot 15 juni 2025;
- de kinderalimentatie wijzigen, in die zin dat de vader vanaf 16 maart 2023 € 150,- per kind per maand, vanaf 1 januari 2024 € 159,- per kind per maand, vanaf 27 november 2024 € 93,- per kind per maand en vanaf 1 januari 2025 € 99,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen;
- bepaalt dat de volledige kinderbijslag vanaf 16 maart 2023 aan de moeder toekomt.
- de noodzaak om te verhuizen;
- hoe goed de verhuizing is voorbereid en doordacht;
- de voorstellen die zijn gedaan om de gevolgen van de verhuizing te verzachten;
- hoe goed de ouders met elkaar kunnen overleggen;
- hoe vaak er contact plaatsvindt tussen de kinderen en de niet verhuizende ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de kinderen, hun mening en in hoeverre zij zijn gewend aan hun omgeving of juist aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.