De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 april 2025 een zaak tussen gescheiden ouders over de verhuizing van de moeder met de kinderen, hulpverlening, een geplande reis naar Parijs en kinderalimentatie. De ouders hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen, waarbij de vader bezwaar maakte tegen de verhuizing van de moeder naar een andere plaats.
De rechtbank oordeelde dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is, vooral vanwege de langere reistijd naar school en sociale activiteiten, waardoor de kinderen afhankelijk zouden worden van vervoer door de moeder. De moeder had onvoldoende noodzaak voor de verhuizing onderbouwd en had het huis in de nieuwe plaats gekocht terwijl zij wist dat de vader geen toestemming zou geven. Daarom werd het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing afgewezen.
Wel verleende de rechtbank aan de moeder vervangende toestemming voor de training die de kinderen moeten volgen en voor de reis naar Parijs in juni 2025, omdat dit in het belang van de kinderen werd geacht. Daarnaast wijzigde de rechtbank de kinderalimentatieverplichtingen van de vader met terugwerkende kracht, rekening houdend met het kindgebonden budget en gewijzigde inkomens. De volledige kinderbijslag komt vanaf 16 maart 2023 aan de moeder toe. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en iedere ouder draagt zijn eigen proceskosten.