Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
wanneerer sprake is van ondergeschikt extensief agrarisch gebruik, zoals artikel 6 noemt Pro. De toelichting bij de planregels bevat evenmin informatie over de bedoeling van de planwetgever bij dit onderdeel van de planregel. Volgens Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal wordt onder ‘extensief’ verstaan: “zich ver uitstrekkend:
extensieve landbouwover een grote oppervlakte, maar met weinig zorg” en onder ‘ondergeschikt’: “van iemand afhankelijk, lager in rang, van weinig belang”. Uit artikel 6 van Pro de planbepalingen volgt dat de hoofdbestemming bosgebied is. Daarbij hoort dat de aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van het bosgebied. Het extensief agrarisch medegebruik is daaraan ondergeschikt. Hieruit volgt, gelet op de betekenis in ‘de Van Dale’ dat de ondergeschikte gebruiksmogelijkheden weinig impact dan wel weinig gevolgen voor deze gronden mogen hebben. De rechtbank volgt daarom het college in zijn standpunt dat daaronder niet valt het permanent aanwezig zijn van paarden of geiten op het perceel, met de bijbehorende bouwwerken. Daarbij heeft het college verwezen naar een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 juli 2021 [2] . In die zaak ging het om een bestemming “Natuurgebieden”. De Afdeling oordeelde in die zaak dat een gebruik van het perceel als paarden- en schapenweide niet kan worden aangemerkt als extensief agrarisch medegebruik.