Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft op 28 februari 2024 een verzoek om herbeoordeling ingediend in het kader van de Wet Wia. Nadat verweerder niet binnen de gestelde termijn had beslist, is verzoekster in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder heeft vervolgens alsnog op 25 juni 2024 een beslissing genomen, waarna verzoekster haar beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.
De rechtbank overweegt dat op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegekend. Verweerder heeft geen bezwaar tegen vergoeding, maar stelt dat de wegingsfactor licht moet zijn.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, bestaande uit 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €907,- en een wegingsfactor van 0,5. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €51,- te vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.