Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
LOYALIS,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 14 augustus 2024,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft op 9 december 2020 een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) aangevraagd bij Loyalis, die op 1 november 2021 tot stand kwam. Door zwangerschapsvergiftiging werd eiseres op 4 april 2021 ziek, maar de verzekering was toen nog niet van kracht. Loyalis voerde een aanvullende uitsluiting met een wachttermijn van 48 maanden in voor zwangerschapsgerelateerde ziekten.
De rechtbank stelt vast dat Loyalis haar zorgplicht heeft geschonden door de aanvraag onredelijk traag te behandelen. De beoordeling van de aanvraag werd uitbesteed aan een derde partij, die de medische informatie niet tijdig opvroeg of opvolgde. Loyalis kon niet aantonen dat de huisarts de informatieverzoeken had ontvangen, en ook na overname van de aanvraag door Loyalis bleef de vertraging voortduren.
De rechtbank oordeelt dat zonder deze vertraging de AOV vóór 4 april 2021 tot stand zou zijn gekomen, waardoor de aanvullende uitsluiting en wachttermijn niet van toepassing zouden zijn geweest. Hierdoor heeft eiseres schade geleden, waarvoor Loyalis aansprakelijk is. De vordering tot berekening van de schadevergoeding wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing door eiseres.
De rechtbank wijst de verklaring voor recht toe dat Loyalis tekort is geschoten in haar zorgplicht en veroordeelt Loyalis tot betaling van de proceskosten. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Loyalis is tekortgeschoten in haar zorgplicht door onredelijke vertraging bij de aanvraag van de AOV en moet de daardoor ontstane schade vergoeden.