Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2025 in de zaken tussen
2. [eiser sub 2.1] , [eiser sub 2.2] , [eiser sub 2.3] , [eiser sub 2.4] , [eiser sub 2.5] ,
FH Projecten B.V., gevestigd in Naarden
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
a, van de planregels toegepast. Op grond daarvan kan worden afgeweken van de regels voor afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. De rechtbank oordeelt dat het college deze bevoegdheid had ten aanzien van de bouw- en goothoogte, maar dat de overschrijding van de bouwvlakken niet past binnen deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de opbouw van artikel 31.1 blijk dat onderdeel a ziet op maten (waaronder percentages) en dat onderdeel b ziet op overschrijdingen van bouwgrenzen, waarbij onder meer als voorwaarde geldt dat een bouwvlak met ten hoogste 10% mag worden vergroot. Daaruit kan worden afgeleid dat juist onderdeel b ziet op de bevoegdheid om van de regels af te wijken waar het gaat om het overschrijden van bouwgrenzen. Daaraan voegt de rechtbank toe dat op de verbeelding geen maten of percentages voor bouwvlakken zijn opgenomen en datzelfde geldt voor de planregels. Voor bouw- en goothoogtes is dat wel het geval en ook daaruit blijkt dat de bevoegdheid onder a niet ziet op het overschrijden van bouwvlakken. Dat betekent dat het college voor de bouwvlakken niet artikel 31.1, onder a, van de planregels kon toepassen en dat de bestreden besluiten op dit onderdeel een gebrek bevatten. De beroepsgrond van de Vereniging en de omwonenden slaagt in zoverre wel.
b, van artikel 31.1 van de planregels. Het college heeft de rechtbank verzocht om het gebrek te passeren met artikel 6:22 van Pro de Awb, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. De Vereniging en de omwonenden hebben hierover echter aangevoerd dat het bouwplan niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31.1, onder b, van de planregels omdat het overschrijden van de bouwvlakken niet van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel niet noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Zij zijn daarom van mening dat het college niet bevoegd is om op dit punt af te wijken van de planregels.
22,8
16,8