Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie met producties;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was in dienst bij de werkgever en vorderde nabetaling van achterstallig salaris vanwege niet correct uitgevoerde cao-loonsverhogingen. De werkgever stelde zich op het standpunt dat de loonvordering verjaard was en voerde verweer tegen de vorderingen.
De kantonrechter oordeelde dat de klachtplicht van toepassing was, maar dat de werknemer tijdig had geprotesteerd na ontdekking in 2021. De loonvordering over de periode vanaf 1 augustus 2016 tot en met 31 december 2021 werd toegewezen, terwijl het deel daarvoor verjaard was. De wettelijke verhoging werd gematigd tot nihil, en de kosten van de financieel adviseur werden afgewezen wegens ontbreken van een bindende overeenkomst.
De werkgever vorderde in reconventie verklaringen voor recht wegens onrechtmatige concurrentie en schending van het geheimhoudingsbeding. Deze vorderingen werden afgewezen omdat onvoldoende was onderbouwd dat de werknemer onrechtmatig had gehandeld of vertrouwelijke informatie had gedeeld. De vorderingen tot opheffing van beslagen en verbod op concurrerende activiteiten werden eveneens afgewezen of ingetrokken.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het toegewezen loon, vakantietoeslag, pensioenpremies, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en overlegging van correcte specificaties en jaaropgaven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De loonvordering wordt deels toegewezen en de vorderingen wegens onrechtmatige concurrentie en schending geheimhoudingsbeding worden afgewezen.