De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van een minderjarige om de zorgregeling te wijzigen en het contact met haar vader te herstellen. De ouders zijn gescheiden en delen het ouderlijk gezag, waarbij de minderjarige bij de moeder woont. Sinds de kerstvakantie van 2024 is er geen fysiek contact meer geweest tussen de minderjarige en haar vader.
De rechtbank stelde vast dat zowel de minderjarige als de ouders het contact willen herstellen, maar dat zij er onderling niet uitkomen hoe dit vorm te geven. Er is reeds hulpverlening ingezet, waaronder Stichting Binding, maar de rechtbank acht specialistische hulp noodzakelijk om de verstandhouding tussen vader en kind te verbeteren.
Totdat deze hulpverlening is gestart, bepaalt de rechtbank dat er vanaf het weekend van 10 mei 2025 om de week een laagdrempelig contactmoment van twee uur plaatsvindt, waarbij vader en kind samen iets leuks doen zonder moeilijke gesprekken. De procedure wordt aangehouden tot uiterlijk 8 september 2025, waarna de rechtbank de voortgang beoordeelt en verdere beslissingen neemt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de regeling geldt ook bij hoger beroep. De rechtbank heeft de ouders en de minderjarige per brief geïnformeerd over de beslissing en het vervolgtraject.