Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [woonplaats], verweerder
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
1 januari 2023. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarden van respectievelijk: € 125.000,-, € 196.000,- en € 150.000,-.
42 m² en 50 m².
1 januari 2023. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de in beroep vastgestelde waardes van respectievelijk: € 100.000,-, € 131.000,-, € 87.000,-, € 141.000,- en
€ 168.000,-.
70 m² en 55 m².
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde, namelijk maximaal. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waardes van respectievelijk: € 157.000,-, € 131.000,-,
€ 262.000,- en € 206.000,-.
1 januari 2023. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waardes van respectievelijk: € 159.000,-, € 192.000,- en € 154.000,-.
1 januari 2023. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waardes van respectievelijk: € 121.000,-, € 136.000,- en € 111.000,-.
1 januari 2022. Deheffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waardes van respectievelijk: € 235.000,-, € 163.000,- en € 157.000,-.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2025.