Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Het is de werkgever niet toegestaan de journalist beperkingen op te leggen in de uitoefening van zijn beroep als journalist na het beëindigen van het dienstverband.”.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer is sinds 2005 in dienst bij de werkgever en stelt dat de CAO voor het Uitgeversbedrijf (CAO UB) op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing is, waardoor de relatie- en concurrentiebedingen nietig zijn. Hij vordert onder meer verklaringen voor recht omtrent de toepasselijkheid van de CAO UB, nietigheid en vernietiging van de bedingen, en betaling van achterstallig loon en overuren.
De werkgever is failliet verklaard op 29 oktober 2024, waardoor de procedure voor verifieerbare vorderingen van rechtswege is geschorst. De kantonrechter wijst de overige vorderingen toe en houdt de beslissing over salarisspecificaties aan.
De kantonrechter oordeelt dat partijen niet zijn overeengekomen dat de CAO UB van toepassing is, maar dat de arbeidsovereenkomst onder het toepassingsbereik van de CAO UB valt en deze CAO van toepassing is geweest gedurende de algemeen verbindend verklaring. De relatie- en concurrentiebedingen zijn strijdig met de CAO UB en daarom nietig in die periodes.
Voor periodes waarin de CAO UB niet algemeen verbindend was, vernietigt de kantonrechter de bedingen wegens onbillijke benadeling van de werknemer, die door de bedingen wordt belemmerd in het vinden van een nieuwe dienstbetrekking. De overige vorderingen worden afgewezen of geschorst vanwege het faillissement.
Uitkomst: De CAO voor het Uitgeversbedrijf is van toepassing verklaard en de relatie- en concurrentiebedingen zijn nietig of vernietigd.