In deze civiele zaak vordert VGZ Zorgverzekeraar N.V. betaling van openstaande zorgpremie en zorgkosten van gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat zij geen betalingsherinneringen heeft ontvangen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde nog een bedrag van € 72,50 aan zorgpremie en € 207,78 aan zorgkosten verschuldigd is, inclusief wettelijke rente.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde onvoldoende heeft betaald en dat VGZ een specificatie en betalingsbewijzen heeft overgelegd waaruit blijkt dat een betalingsachterstand is ontstaan. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf respectievelijk 1 mei 2024 voor de premie en vanaf de dagvaarding voor de zorgkosten, omdat niet is komen vast te staan dat gedaagde de aanmaningen heeft ontvangen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de vereiste veertiendagenbrief niet is ontvangen. Verder wordt het verweer van rauwelijks dagvaarden verworpen omdat voldoende facturen en herinneringen zijn verzonden naar het woonadres van gedaagde. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van € 513,39.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.