Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres verweerder op 1 augustus 2024 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch acht in dit soort zaken. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 30 augustus 2025 een besluit moet nemen.
De rechtbank bepaalt dat bij overschrijding van deze termijn een dwangsom van €100 per dag geldt, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €53 aan eiseres vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.T. Könning op 22 mei 2025.