ECLI:NL:RVS:2025:1301
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Raad van State stelt nadere beslistermijn en dwangsom vast voor hersteloperatie toeslagen
De zaak betreft het beroep van een gedupeerde ouder tegen het niet tijdig nemen van besluiten op bezwaar door de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen had compensatieverzoeken afgewezen of toegekend, waarna appellant bezwaar maakte. Door het uitblijven van besluiten op bezwaar stelde appellant beroepen in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank Rotterdam verklaarde deze beroepen gegrond en stelde een termijn van twintig weken en een dwangsom van €50 per dag vast.
De Dienst Toeslagen nam tijdens het hoger beroep alsnog inhoudelijke besluiten, waardoor het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard. Het incidenteel hoger beroep van de Dienst Toeslagen was wel gegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde een nieuwe nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn vast, met een dwangsom van €100 per dag en een maximum van €15.000. Indien al 60 weken zijn verstreken, geldt een termijn van twee weken met een dwangsom van €250 per dag.
De uitspraak benadrukt dat de hersteloperatie toeslagen kampt met structurele en grootschalige termijnoverschrijdingen, waardoor het rechtsmiddel van beroep tegen het niet tijdig nemen van besluiten niet meer functioneert. De Afdeling roept de wetgever op om een structurele oplossing te bieden. Tevens is bepaald dat de Dienst Toeslagen de proceskosten moet vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling stelt een nadere beslistermijn van 60 weken en een dwangsom van €100 per dag vast en verklaart het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk.