Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
onvoorwaardelijkePIJ-maatregel opleggen. Om een PIJ-maatregel op te kunnen leggen, moet zijn voldaan aan de verschillende voorwaarden die in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht zijn genoemd. Ten eerste moet een verdachte een gebrekkige ontwikkeling of stoornis hebben. Ten tweede moet het feit waarvoor de maatregel wordt opgelegd een misdrijf zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld of een misdrijf dat is genoemd in artikel 77s Wetboek van Strafrecht. Ten derde moet de PIJ-maatregel noodzakelijk zijn voor de veiligheid van andere personen of goederen. Ten vierde moet de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van een verdachte zijn. De rechtbank kan de PIJ-maatregel alleen opleggen als een advies is gegeven door minstens twee gedragsdeskundigen, waarvan er één psychiater is (artikel 77s, lid 2 Wetboek van Strafrecht).
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
- tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan/stompen en/of
- tegen het lichaam te trappen;
- met een mes richting die [vader] te lopen en/of
- met een mes richting die [vader] te wijzen en/of
- die [vader] hierbij dreigend de woorden toe te voegen "ik steek je dood".