Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, waarin een nadere beslistermijn van zestig weken is vastgesteld voor het nemen van een besluit op bezwaar in dergelijke zaken. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 26 januari 2026 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank sluit het onderzoek zonder zitting en doet uitspraak op basis van de stukken.