Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 27 februari 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden ondanks ingebrekestelling op 5 september 2024.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch heeft beoordeeld.
Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 9 oktober 2025 een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Eiseres wordt een proceskostenvergoeding toegekend van €453,50 en het betaalde griffierecht van €53,- wordt aan haar vergoed.