Eisers ontvingen vanaf 2010 een AIO-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat eisers onroerend goed in Turkije bezaten, wat niet was gemeld, en besloot daarom de AIO-uitkering vanaf juli 2013 in te trekken en € 23.153,- terug te vorderen.
Eisers voerden aan dat zij failliet waren verklaard in 2014 en dat het bezit nooit boven de vrijgestelde waarde uitkwam. Ook verwezen zij naar hun hoge leeftijd en gezondheidssituatie en stelden dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het recht op AIO-uitkering niet kon worden vastgesteld. De Svb had een belangenafweging gemaakt en geen dringende redenen gezien om van terugvordering af te zien. Eisers hadden onvoldoende onderbouwing gegeven om de motivering van de Svb te weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond. Eisers kregen geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.