Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 16 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft erkend dat de beslistermijn is overschreden en heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben afgezien van een zitting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin een nadere beslistermijn van zestig weken wordt vastgesteld voor soortgelijke zaken. In dit geval moet verweerder uiterlijk 2 december 2025 een besluit nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€453,50) en het betaalde griffierecht (€53).