Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 9 augustus 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en nog geen besluit genomen.
De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 maart 2025, waarin een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch wordt beschouwd. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 16 februari 2026 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder is reeds in gebreke gesteld en heeft een dwangsom van € 1.442,- toegekend. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.