Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] B.V., [eiser 2] , [eiser 3] , en [eiser 4] , uit [plaats 1] , en
[eiser 6], uit [plaats 2] , eisers
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, bewoners en ondernemers aan de benedenloop van de Kromme Rijn, stelden beroep in tegen het verkeersbesluit van het waterschap De Stichtse Rijnlanden dat vanaf 1 januari 2025 een algeheel verbod op brandstof aangedreven vaartuigen op deze vaarweg instelt. Eisers betoogden dat het waterschap onvoldoende ecologisch onderzoek had verricht en dat het verbod prematuur en disproportioneel was, mede vanwege de impact op hun gebruik en investeringen.
De rechtbank oordeelde dat het waterschap het verkeersbesluit heeft genomen op grond van de Scheepvaartverkeerswet met het oog op het voorkomen of beperken van schade aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen. De onderbouwing, waaronder een ecologische notitie, was voldoende om aan te tonen dat het verbod leidt tot minder vaarbewegingen en daarmee een positieve invloed heeft op de waterkwaliteit.
Verder achtte de rechtbank de belangenafweging zorgvuldig en transparant. Hoewel het verbod gevolgen heeft voor eisers, prevaleren de algemene belangen die met het verbod worden gediend. Ook de bezwaren over het ontbreken van ontheffingen en de overgangstermijn werden verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit dat brandstof aangedreven vaartuigen verbiedt op de benedenloop van de Kromme Rijn is ongegrond verklaard.