ECLI:NL:RVS:2016:2599
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontmoetingsverbod Singelgracht Amsterdam
Amsterdam Canal Cruises verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een ontmoetingsverbod in te stellen in de Singelgracht ter hoogte van het H.M. van Randwijkplantsoen, zodat boten elkaar daar niet meer op tegengestelde koersen zouden passeren. Dit verzoek werd door het college afgewezen omdat er geen nautische noodzaak was, zoals bepaald in artikel 3 van Pro de Scheepvaartverkeerswet. De rechtbank verklaarde het beroep van Amsterdam Canal Cruises tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde Amsterdam Canal Cruises dat haar bedrijfsbelangen wel degelijk meegewogen moesten worden en dat het bestemmingsplan waarin twee ligplaatsen waren opgenomen, een belang vertegenwoordigde dat het college moest respecteren. Ook wees zij op het feit dat elders in de Singelgracht wel ontmoetingsverboden waren ingesteld zonder problemen.
De Raad van State oordeelde dat verkeersbesluiten op grond van het Binnenvaartpolitiereglement en de Scheepvaartverkeerswet uitsluitend genomen mogen worden ter behartiging van nautische belangen zoals veiligheid en vlot verloop van het scheepvaartverkeer. Bedrijfsbelangen en bestemmingsplanrechten zijn geen geldige grondslagen voor dergelijke besluiten. Bovendien leidt een ontmoetingsverbod juist tot beperkingen van het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en kan het belangen van derden schaden.
Daarmee was het verzoek van Amsterdam Canal Cruises onvoldoende onderbouwd met nautische belangen en kon het college het verzoek terecht afwijzen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot ontmoetingsverbod bevestigd.