ECLI:NL:RBMNE:2025:2714
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verplichtstelling deelname Pensioenfonds Beroepsvervoer wegens onvoldoende hoofdactiviteit wegvervoer
De Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg vordert dat de gedaagde BV wordt verplicht deel te nemen in het pensioenfonds, op grond dat zij zich bezighoudt met beroepsvervoer over de weg. De rechtbank beoordeelt of de gedaagde zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met het vervoeren van goederen over de weg tegen vergoeding, waarbij een meerderheid van meer dan 50% van de arbeidsuren aan deze activiteit moet worden besteed.
Een deskundigenrapport heeft vastgesteld dat gemiddeld minder dan 18% van de arbeidsuren van de werknemers van de gedaagde is besteed aan wegvervoer, waarbij ook administratieve uren deels zijn toegerekend aan vervoer. Pensioenfonds Beroepsvervoer betwist dit, maar kan niet overtuigend aantonen dat de arbeidsuren van sales- en servicemedewerkers substantieel aan vervoer zijn toe te rekenen of dat de meerderheid van de uren aan vervoer wordt besteed.
Ook is niet komen vast te staan dat binnen de gedaagde een zelfstandig georganiseerde afdeling bestaat die zich uitsluitend of in hoofdzaak met wegvervoer bezighoudt. De rechtbank volgt de uitleg van afdeling als een bedrijfsonderdeel met zelfstandige organisatie, en constateert dat de groep medewerkers die logistieke taken verricht niet als zodanig is georganiseerd.
Hierdoor wordt geconcludeerd dat de gedaagde niet onder de werkingssfeer van de verplichtstelling valt. De vorderingen van het pensioenfonds worden afgewezen en het pensioenfonds wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder ook de kosten van de deskundige.
Uitkomst: De vorderingen van het Pensioenfonds Beroepsvervoer worden afgewezen omdat de gedaagde zich niet uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met beroepsvervoer over de weg.