Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder had de wettelijke beslistermijn overschreden en was op 7 januari 2025 in gebreke gesteld. Eiseres diende haar beroep binnen de daarvoor geldende termijn in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch beschouwt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 27 januari 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht om te worden gehoord, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en uitspraak heeft gedaan.