Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van verhoor getuige[slachtoffer 1] volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
12-03-2022: [slachtoffer 1] heeft verkeerde handdoek gebruikt volgens [verdachte] . [verdachte] klapt hem met zijn hoofd tegen de kledingkast en drukt hem op de grond, [slachtoffer 1] is bang en geeft aan dat zijn vader hem niet hoeft te vermoorden voor zoiets kleins (geluidsopname).
07-03-2023: [slachtoffer 1] kreeg drie klappen tegen zijn hoofd van [verdachte] omdat [verdachte] dacht dat hij zijn zus aan het treiteren was (app).
V: Wat kan jij hier over vertellen?
A: Dat kan wel kloppen
04-04-2023: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] blazen in elkaars gezicht waardoor onenigheid ontstaat en [slachtoffer 1] een klap kreeg van [verdachte] (app).
proces-verbaal van verhoor getuige[slachtoffer 2] volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
12-03-2022: [slachtoffer 1] heeft verkeerde handdoek gebruikt volgens [verdachte] . [verdachte] klapt hem met zijn hoofd tegen de kledingkast en drukt hem op de grond, [slachtoffer 1] is bang en geeft aan dat zijn vader hem niet hoeft te vermoorden voor zoiets kleins (geluidsopname).
04-04-2023: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] blazen in elkaars gezicht waardoor onenigheid ontstaat en [slachtoffer 1] een klap kreeg van [verdachte] (app).
A: Ik weet niet meer waar dat was maar we bliezen in elkaars gezicht en ik wilde dat dit ophield en mijn vader werd toen boos.
verklaring van verdachte ter terechtzittingvolgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
de rechtbank begrijpt: in Kortenhoef). [slachtoffer 1] had weer mijn handdoek gebruikt. Ik ben achter hem aan gegaan en heb hem toen hij op de hoogslaper probeerde te klimmen in zijn nekvel gepakt, naar beneden getrokken en tegen de grond gegooid en daar vast gehouden. [8]
bericht dat bij een proces-verbaal van aangifteis gevoegd volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
7 maart 2023te 00:00 uur door [slachtoffer 1] verstuurd naar zijn moeder [slachtoffer 3] .
4 april 2023te 20:41 uur door [slachtoffer 1] verstuurd naar zijn moeder [slachtoffer 3] .
31 augustuste 01:35 uur door [slachtoffer 2] verstuurd naar haar moeder [slachtoffer 3] .
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 mei 2025;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 5 oktober 2023, documentnummer MD1R023060-14, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een verklaring van [slachtoffer 2] , doorgenummerde pagina 036 e.v.
proces-verbaal van aangiftevolgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor verdachtevolgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
uittreksel justitiële documentatiebetreffende verdachte van 15 april 2025.
reclasseringsadviesvan 7 juni 2024, uitgebracht door Reclassering Nederland.
9.BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer 1], als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.920,-, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
één maand;
taakstrafvan
180 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.920,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.920,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 29 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 720,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 720,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 14 dagen gijzeling;