ECLI:NL:RBMNE:2025:3015
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding identificatieplicht Wet arbeid vreemdelingen bevestigd
Eiseres B.V. werd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beboet wegens twee overtredingen van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De inspectie had vastgesteld dat eiseres niet binnen 48 uur de identiteit van vier arbeidskrachten kon vaststellen aan de hand van een afschrift van een identiteitsdocument. Hoewel de identiteit van twee personen op andere wijze was achterhaald, bleef de vordering van de inspecteur gegrond voor twee overtredingen.
Eiseres voerde aan dat de identiteit van de arbeidskrachten al was vastgesteld door de onderaannemer en dat zij geen kopieën van identiteitsbewijzen mocht bewaren vanwege het EU-lidmaatschap van de werknemers, verwijzend naar artikel 15, derde lid, Wav en de AVG. De rechtbank oordeelde echter dat de inspecteur wel gerechtigd was de kopieën te vorderen om de juistheid van de controle te kunnen verifiëren. De uitzondering voor EU-werknemers was niet van toepassing omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt.
De rechtbank stelde vast dat de minister de boete terecht had gematigd tot €6.000 en dat de hoogte van de boete voldoende was gemotiveerd, rekening houdend met de ernst van de overtredingen en de verwijtbaarheid. De openbaarmaking van de inspectiegegevens werd eveneens toegestaan, omdat dit wettelijk verplicht is en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, waardoor de boete blijft staan en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van der Knijff op 2 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €6.000 en de openbaarmaking van inspectiegegevens.