ECLI:NL:RBMNE:2025:3027
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanvullende studiebeurs wegens onvoldoende motivering hardheidsclausule
De zaak betreft het recht van eiser op een aanvullende studiebeurs tot zijn 21e jaar. De minister heeft besloten dat eiser hier geen recht op heeft omdat het inkomen van zijn vader niet buiten beschouwing wordt gelaten zolang niet duidelijk is of de vader alimentatieplichtig is. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met toepassing van de hardheidsclausule wordt afgeweken van deze voorwaarde.
De minister heeft zijn motivering aangevuld, maar de rechtbank vindt dat dit onvoldoende is. De minister stelt dat het emotionele en stressvolle karakter van een alimentatieprocedure geen reden is voor toepassing van de hardheidsclausule, en legt de verantwoordelijkheid bij eiser om te kiezen tussen contactherstel en het doorzetten van de procedure. De rechtbank oordeelt dat de mogelijke langdurige negatieve gevolgen voor de relatie en sociale media-uitlatingen onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige afweging van de hardheidsclausule, waarbij niet mag worden meegewogen dat eiser kan afzien van de aanvullende beurs. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met een zorgvuldige afweging van de hardheidsclausule.