Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarna eiseres een ingebrekestelling stuurde en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 22 september 2025 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Verweerder heeft reeds een dwangsom van €1.442 toegekend. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€453,50) en het griffierecht (€53).