De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis. Eerder was een zorgmachtiging verleend voor ambulante zorg tot 9 juni 2025. De rechtbank ontving een nieuwe medische verklaring en een nieuw zorgplan, maar deze bleken niet actueel en onvoldoende gemotiveerd, vooral met betrekking tot een voorgenomen langdurige opname.
Tijdens de zitting op 28 mei 2025 was betrokkene afwezig, en haar advocaat gaf aan dat betrokkene niet bereid was te spreken met de rechter. De rechtbank oordeelde dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden doordat het voornemen tot langdurige opname pas laat werd meegedeeld en niet met betrokkene besproken kon worden. De medische verklaring was niet ondertekend door de psychiater en hield geen rekening met de actuele situatie, waardoor de rechtbank deze niet toereikend achtte.
De rechtbank concludeerde dat de zorgmachtiging alleen kon worden verleend voor ambulante zorg en wees opname af wegens het ontbreken van een actueel en volledig zorgplan en medische verklaring. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles en andere therapeutische maatregelen, maar niet het beperken van communicatiemiddelen of het verplicht toedienen van vocht en voeding. De machtiging geldt tot en met 9 mei 2026.
De rechtbank benadrukte dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief zijn. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.