ECLI:NL:RBMNE:2025:3079
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen schadebesluit verwerking persoonsgegevens
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën van 30 september 2024, waarin zijn verzoek om schadevergoeding wegens FSV-registratie is afgewezen. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit een zelfstandig schadebesluit betreft. Op grond van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) en de overgangsregels geldt dat titel 8.4 Awb niet van toepassing is op schade veroorzaakt door besluiten of handelingen van de Belastingdienst in het kader van haar taken. Dit betekent dat de bestuursrechter alleen bevoegd is indien ook beroep openstaat tegen de schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid zelf (processuele connexiteit).
In deze zaak betreft de schadeoorzaak het verwerken van persoonsgegevens, een feitelijke handeling die geen besluit is in de zin van de Awb. Tegen deze feitelijke handeling staat geen beroep open bij de bestuursrechter. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2024:3746) ter onderbouwing. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser zijn schadevergoeding kan vorderen bij de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuursrechter niet bevoegd is te oordelen over schade veroorzaakt door feitelijke verwerking van persoonsgegevens.