ECLI:NL:RVS:2024:3746
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Raad van State verklaart rechtbank onbevoegd in AVG-schadevergoeding tegen Belastingdienst
De zaak betreft een verzoek van appellant om schadevergoeding van €500 wegens het zonder toestemming opvragen van persoonsgegevens door de Belastingdienst bij verzekeraar ASR. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij uitblijven.
De minister en appellant stelden hoger beroep in. De Raad van State oordeelt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om te oordelen over verzoeken om schadevergoeding die voortvloeien uit feitelijke handelingen van de Belastingdienst, zoals het opvragen van gegevens, omdat dit geen besluit in de zin van de Awb betreft.
De Afdeling stelt vast dat het toepasselijke recht het oude recht is voor 1 juli 2013, waarbij de bestuursrechter slechts bevoegd is bij zuivere schadebesluiten. Omdat hier geen besluit kan worden genomen, is de bestuursrechter onbevoegd en dient appellant zijn vordering bij de burgerlijke rechter in te dienen.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de rechtbank wordt onbevoegd verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard en de uitspraak vernietigd; appellant dient zijn schadevergoeding bij de civiele rechter te vorderen.