Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 23 augustus 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiser het beroep tijdig heeft ingediend na ingebrekestelling.
De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch acht. In deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 13 mei 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier L. El Kabch op 27 juni 2025.