Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van omwonenden tegen de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van zes appartementen op een adres in de gemeente. Eisers betwisten onder meer dat sprake is van verbouw in plaats van nieuwbouw, dat het bestemmingsplan een kennelijke misslag bevat door het ontbreken van maximale nok- en bouwhoogte, en dat de vergunning ten onrechte is verleend ondanks een beperkte overschrijding van het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het bouwplan kwalificeert als verbouw, omdat een deel van de gevel en fundering behouden blijft, waardoor de BENG-berekening voor nieuwbouw niet vereist is. Verder is het ontbreken van maximale bouwhoogte in het bestemmingsplan geen kennelijke misslag, mede vanwege het belang van rechtszekerheid en het feit dat de bouwhoogte niet significant afwijkt van omliggende percelen.
Ten aanzien van de overschrijding van 1,22 meter van het bouwvlak stelt de rechtbank vast dat het college de vergunning terecht heeft verleend, omdat deze overschrijding ruimtelijk aanvaardbaar is en geen negatieve gevolgen heeft voor verkeersveiligheid of parkeerdruk. Ook is geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering, aangezien het bouwplan binnen de perceelsgrenzen blijft en de bestuursrechter terughoudend is met het aannemen van dergelijke belemmeringen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.