Partijen sloten een overeenkomst van aanneming van werk waarbij eiseres diverse werkzaamheden verrichtte. De werkzaamheden in week 11 en 12 van 2021 bleven onbetaald, waarop eiseres betaling vorderde van €14.804,33. Gedaagde betwistte de opdrachtverlening en daarmee de betalingsverplichting.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en goed zijn uitgevoerd. De gang van zaken was dat overleg met een uitvoerder van de opdrachtgever van gedaagde leidde tot facturering, een praktijk die ook bij de betwiste werkzaamheden werd gevolgd. Gedaagde kon onvoldoende onderbouwen dat zij niet akkoord was gegaan met deze werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de hoofdsom moest betalen, inclusief wettelijke handelsrente vanaf 17 april 2021. Tevens werd een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van €923,03 toegekend. De proceskosten van €2.117,22 zijn eveneens voor rekening van gedaagde. De tegenvordering van gedaagde werd niet behandeld omdat de voorwaarden daarvoor niet waren vervuld.