Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 19 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Cazas.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder [gedaagde] huurt sinds 2015 een flatwoning van Cazas. Op 9 mei 2025 werd hij aangehouden voor rijden met valse kentekenplaten en vond de politie in zijn woning wapens, drugs en explosiefmateriaal. De burgemeester sloot de woning daarop op grond van de Gemeentewet. Cazas ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat Cazas een spoedeisend belang heeft bij ontruiming om de woning weer te kunnen verhuren. De buitengerechtelijke ontbinding is toegestaan omdat de sluiting door de burgemeester rechtsgeldig is en de rechter niet toetst aan het bestuursrechtelijke besluit. De huurder betwist de ernst van de situatie en stelt dat er geen verstoring van de openbare orde is, maar dit verweer wordt verworpen.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de ontbinding niet onaanvaardbaar is en geen misbruik van recht oplevert. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening, waarbij rekening wordt gehouden met de sluitingstermijn. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt de huurder binnen veertien dagen de woning te ontruimen.