ECLI:NL:RBMNE:2025:3201
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing last onder dwangsom bodemverontreiniging
Verzoekster exploiteerde een bedrijfslocatie met bodembedreigende activiteiten die inmiddels zijn beëindigd. Na beëindiging werd bodemonderzoek verricht waaruit stikstofverontreiniging bleek. Het college legde verzoekster meerdere malen een last onder dwangsom op om de bodemkwaliteit te herstellen, met termijnen die niet werden gehaald.
Verzoekster voerde herstelwerkzaamheden uit middels grondwateronttrekking, maar het stikstofgehalte steeg weer na beëindiging van deze werkzaamheden. Verzoekster startte aanvullend onderzoek naar de bron van de verontreiniging en gaf opdracht voor nader onderzoek dat medio augustus zou plaatsvinden.
Het college wilde de begunstigingstermijn niet verder verlengen, terwijl verzoekster stelde dat zij zich inspant om tot een oplossing te komen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van verzoekster bij schorsing zwaarder wegen dan het belang van het college bij handhaving, mede vanwege het ontbreken van acute gevaarzetting.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst de last onder dwangsom tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan verzoekster vergoed. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.