ECLI:NL:RVS:2024:2645
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid bij handhavingsverzoek paardenhouderijen en overgangsrecht Omgevingswet
Appellant, eigenaar van een paardenhouderij te Zwartewaal, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee om handhavend op te treden tegen 26 andere paardenhouderijen wegens strijd met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat appellant geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat appellant als concurrent belanghebbende is bij handhaving tegen paardenhouderijen op drie specifieke percelen, omdat deze in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied actief zijn. Voor de overige percelen geldt dit niet. Het persoonlijke belang van appellant bij handhaving tegen een naastgelegen perceel werd verworpen.
Daarnaast geeft de Afdeling een uitgebreide toelichting op het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Het college moet bij het nieuwe besluit het oude recht toepassen, maar tevens toetsen of onder het nieuwe recht nog sprake is van een overtreding. Het college dient binnen deze kaders inhoudelijk te reageren op het handhavingsverzoek van appellant. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet appellant wel het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Appellant is belanghebbende voor handhaving tegen drie paardenhouderijen; het college moet een nieuw besluit nemen met toepassing van het overgangsrecht.